Een DSLR-camera is een digitale camera met verwisselbare objectieven die een reflexspiegel gebruikt om licht van het objectief naar een optische zoeker te leiden. Wanneer de sluiter wordt geactiveerd, klapt de spiegel omhoog, belicht de sluiter de beeldsensor en wordt de zoeker kort donker.
De meeste DSLR’s gebruiken in Canon-body’s een APS-C-sensor van ongeveer 22.3 × 14.9 mm of in veel Nikon- en Pentax-body’s circa 23.5 × 15.6 mm; full-framemodellen gebruiken een sensor van 36 × 24 mm. De afzonderlijke fasedetectie-autofocusmodule werkt normaal wanneer de spiegel omlaag staat, waardoor de camera snel via de zoeker kan scherpstellen zonder voortdurend een scherm van stroom te voorzien.
In liveweergave of videostand blijft de spiegel omhoog en toont het achterscherm het sensorsignaal. De prestaties hangen dan sterk van het model af: camera’s met fasedetectie op de sensor of Canon Dual Pixel CMOS AF kunnen vloeiend scherpstellen, terwijl oudere contrastdetectiesystemen kunnen zoeken of traag reageren.
Hoe verschillen DSLR-camera’s van systeemcamera’s?
DSLR-camera’s verschillen vooral van systeemcamera’s doordat ze een reflexspiegel en optische zoeker gebruiken in plaats van een continu sensorsignaal in een elektronische zoeker te tonen. De optische zoeker van een DSLR heeft geen schermvertraging, gebruikt vrijwel geen stroom tijdens het kadreren en toont de scène natuurlijk, maar kan belichting, witbalans of beeldprofielen vóór de opname niet vooraf weergeven.
Systeemcamera’s verwijderen het spiegelhuis, waardoor kortere objectiefvattingen, kleinere body’s, autofocusdekking over een groter deel van het beeld en eenvoudigere onderwerpherkenning voor zowel foto als video mogelijk zijn. Hun elektronische zoekers kunnen de scherpstelling vergroten en de uiteindelijke belichting vooraf tonen, al verbruiken ze meer accustroom en kunnen ze in zeer donkere omstandigheden vertraging of ruis laten zien.
Het praktische verschil hangt van het model af. Een DSLR haalt vaak ongeveer 600–1.600 CIPA-beoordeelde opnamen en is comfortabel in balans met lange teleobjectieven, terwijl veel systeemcamera’s lichter zijn en sterker voor oogdetectie, stil fotograferen, stabilisatie en moderne video. DSLR’s blijven aantrekkelijk voor opnamen met een optische zoeker en bestaande objectiefcollecties, maar systeemcamera’s krijgen nu de meeste ontwikkeling van nieuwe body’s en objectieven.
De objectiefkeuze kan zwaarder wegen dan het verschil tussen de body’s. Overschakelen van Canon EF, Nikon F of Pentax K naar een spiegelloze vatting kan een adapter of vervangende objectieven vereisen, dus vergelijk de kosten en autofocuscompatibiliteit van het volledige systeem in plaats van alleen de bodyspecificaties.